wie

 


KLACHT BIJ DE EUROPESE COMMISSIE OVER DE TOEKENNING VAN ONRECHTMATIGE STAATSSTEUN DOOR DE BELGISCHE STAAT AAN DE POST .



1. INLEIDING


Op 28 september 2005 werd een klacht ingediend bij de Europese Commissie wegens toekenning van illegale staatssteun door de Belgische overheid aan De Post op het vlak van dagbladverdeling. Deze klacht werd ingediend door de beroepsorganisaties van de persverkopers (w.o. VFP) samen met AMP en BD (hierna genoemd de "klagers").
In de klacht wordt uiteengezet dat de Belgische overheid onrechtmatige staatssteun toekent aan De Post in het kader van de uitvoering van een princiepsovereenkomst die op 13 april 2005 werd aangegaan tussen De Post, de Belgische overheid en de dagbladuitgevers. Deze overeenkomst legt De Post de verplichting op om vanaf 1 januari 2006 alle dagbladen (100%) te bezorgen bij de abonnees vóór 7.30 u 's morgens. De overeenkomst voorziet dat de bijkomende kosten voor De Post verbonden aan deze verplichting (zoals de aanwerving van 167 voltijdse postbodes, de aankoop van 457 extra wagens, de ingebruikname van 19 nieuwe opslagruimtes, etc.) voor één derde gedragen zullen worden door de Belgische overheid. Uit mededelingen gedaan door de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven blijkt dat het bedrag gedragen door de overheid dient geraamd te worden op 7 à 8 miljoen euro per jaar. Het totale bedrag aan financiële staatssteun (waaronder de overheidsmaatregel waarop de klacht in het bijzonder betrekking heeft) toegekend aan De Post voor de dagbladverdeling wordt geraamd op zo'n 90 miljoen euro per jaar.
Hierna volgt een beknopte beschrijving van de gronden waarop de klacht over de steunmaatregel verleend aan De Post is gebaseerd.


2. DE GRONDEN VOOR DE KLACHT

2.1 Toepassing van artikel 87 van het EG Verdrag

De klagers zijn de mening toegedaan dat de voormelde financiële steunmaatregel dient beschouwd te worden als een staatssteun die in strijd is met het Europees mededingingsrecht (en in het bijzonder met artikel 87 van het EG Verdrag). Artikel 87, lid 1, van het EG Verdrag bepaalt dat "steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt [zijn], voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de EU Lidstaten ongunstig beïnvloedt".
In de klacht wordt uiteengezet dat de betrokken steunmaatregel alle vier voorwaarden neergelegd in Artikel 87, lid 1, EG Verdrag vervult, met name:
de steunmaatregel is toegekend en wordt gefinancierd door de Belgische overheid;
Ingevolge de princiepsovereenkomst van 13 april 2005, zal één derde van de bijkomende kosten voor De Post, verbonden aan de verplichting om vanaf 1 januari 2006 alle dagbladen (100%) te bezorgen bij de abonnees vóór 7.30 u 's morgens, gedragen worden door de Belgische overheid. In de praktijk zal De Post een verhoogde dotatie ontvangen voor 2006 vanwege de Belgische overheid (zoals neergelegd in de beheersovereenkomst aangegaan tussen De Post en de Belgische overheid voor een periode van vijf jaar).
de steunmaatregel is selectief van aard, aangezien zij slechts één enkele begunstigde heeft, m.n. De Post;
De steunmaatregel is exclusief toegekend aan De Post en ook in de praktijk blijkt dat De Post de enige begunstigde van deze maatregel is. Bijgevolg geniet De Post van een economisch voordeel dat zij niet zou genoten hebben in normale marktomstandigheden en dat niet werd toegekend aan concurrerende ondernemingen die eveneens actief zijn op het vlak van dagbladverdeling via abonnementen.
de steunmaatregel dreigt op ernstige wijze de mededinging te vervalsen;
De klacht onderlijnt dat de mededinging ernstig verstoord wordt ingeval één enkele concurrent niet langer gehouden is een deel van diens bedrijfsuitgaven zelf te financieren dankzij de financiële steun verschaft door de overheid.
De concurrenten van De Post, die eveneens actief zijn op het vlak van dagbladverdeling (zowel via losse verkoop – inclusief de "persverkoper-ronddrager" – als via abonnementen), ontvangen immers geen enkele (financiële) overheidssteun ofschoon zij in dezelfde marktomstandigheden moeten opereren als De Post.
Dankzij de substantiële overheidssteun kan De Post haar dienstverlening inzake dagbladverdeling aantrekkelijker en dus competitiever maken ten nadele van haar concurrenten die geconfronteerd zullen worden met een significante vermindering van het te bedelen volume dagbladen.
De overheidssteun leidt dus tot een vervalsing van de concurrentie op de markt voor de verdeling van persartikelen ten voordele van De Post en ten nadele van alle overige spelers (concurrerende dagbladverdelers, uitgevers en verkooppunten) die eveneens actief zijn op die markt.
de steunmaatregel is van aard om het handelsverkeer tussen de Lidstaten ongunstig beïnvloeden.
Aangezien ondernemingen gevestigd in andere EU Lidstaten reeds actief zijn op het vlak van dagbladverdeling in België, kunnen ook buitenlandse (m.n. niet-Belgische) ondernemingen benadeeld worden door de onregelmatige staatssteun toegekend aan De Post. De maatregel is dus van aard om het handelsverkeer tussen de verschillende EU Lidstaten ongunstig te beïnvloeden. Bovendien vermindert de steunmaatregel de kansen van buitenlandse ondernemingen, die nog niet actief zijn op de Belgische markt, om hun diensten eveneens aan te bieden (de steunmaatregel zal immers leiden tot een toegenomen vraag naar de diensten geleverd door De Post).

2.2 Afwezigheid van rechtvaardigingsgrond op grond van "taak van openbaar nut"

In theorie kan een mogelijke rechtvaardigingsgrond voor steunmaatregelen gevonden worden in het feit dat zij betrekking hebben op een "taak van openbaar nut". In dergelijk geval dient de overheidsfinanciering noodzakelijkerwijze betrekking te hebben op verliezen geleden door de betrokken onderneming in het kader van de uitvoering van de "taak van openbaar nut" en dient deze de werkelijke netto meerkost te reflecteren.
In de klacht wordt uiteengezet dat de dagbladverdeling (via abonnementen of op enige andere wijze) niet behoort tot het geheel van diensten "voorbehouden" aan De Post en dat deze dienstverlening plaatsvindt op een markt die onderhevig is aan de spelregels van de vrije marktconcurrentie (in tegenstelling tot andere diensten beschikt De Post op deze markt niet over een monopoliepositie, doch wordt geconfronteerd met concurrerende ondernemingen). De steunmaatregel heeft evenwel tot gevolg dat de dagbladverdeling op onrechtstreekse wijze wordt "gemonopoliseerd" ten voordele van De Post.
Indien zou kunnen worden geargumenteerd dat de dagbladverdeling via abonnementen een "taak van openbaar nut" uitmaakt voor De Post, werden in dit dossier bovendien de Europese regels inzake openbare aanbestedingsprocedures niet nageleefd bij de keuze van de meest geschikte dienstverlener. In dat geval moet immers, bij wege van een transparante en niet-discriminatoire openbare aanbestedingsprocedure, de onderneming worden gekozen die de openbare dienst (met overheidssteun) zal verlenen. In dit dossier werd De Post evenwel zonder enige openbare aanbestedingsprocedure aangeduid om voormelde dienstverlening te verzorgen. Vermits de financiële steunmaatregel hoofdzakelijk betrekking heeft op dagbladverdeling, zijn eventuele synergieën met de overige activiteiten van De Post (die van openbaar nut kunnen zijn, zoals de postverdeling) zeer onwaarschijnlijk.
Verder wordt in de klacht beschreven dat er alternatieven voorhanden zijn die minder mededingingsbeperkend van aard zijn dan een financiële steunmaatregel die door de Belgische overheid exclusief aan De Post wordt toegekend. Gelet op het bestaan van concurrerende spelers op de markt, lijkt het logischer en minder mededingingsbeperkend om de staatssteun zonder onderscheid toe te kennen aan alle marktspelers. Idealiter zou de Belgische overheid – indien zij werkelijk de dagbladpers wenst te ondersteunen – de uitgevers zelf dienen te helpen zonder daarbij de persverdeling door De Post te financieren ten nadele van de onafhankelijke verdelers (en ten nadele van de uitgevers die geen beroep doen op De Post voor de verdeling van hun dagbladtitels).
Tot slot wordt in de klacht beschreven dat het bedrag van de financiële overheidssteun niet in verhouding is tot de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming, die zodanig is uitgerust dat zij aan de vereisten van de openbare dienst kan voldoen, zou hebben gemaakt om de taak van openbaar nut uit te voeren. De klacht beschrijft in dit verband dat de kosten verbonden aan de dagbladverdeling door De Post niet overeenstemmen met deze van een gemiddelde onderneming die goed beheerd wordt. Bovendien is het bedrag van de financiële steun disproportioneel met het beoogde doel. De overheidssteun beoogt in casu immers niet enkel de compensatie van de meerkost gedragen door De Post in het kader van de dagbladverdeling, maar vooral het aantrekkelijker maken van deze dienstverlening verzorgd door De Post (m.n. de levering van alle dagbladen vóór 7.30, terwijl nu reeds 82% van de dagbladen en tijdschriften vóór 7.30 geleverd worden door De Post).

update & analyse 27 april 2008

update  : brief Commissie juli 2008

update : Publicatieblad Europese Commissie 29/07/2009